Het leven begint wanneer je er echt zin in hebt 

Naast mij gaat een best wel aantrekkelijke vrouw zitten. Ze blijkt net zeventig geworden. Gaan zitten lukt maar moeizaam. Stappen ging al evenmin van een leien dakje. Het fauteuil doet wat haar wandelstok hoort te doen, haar gepijnigde lichaam ondersteunen. Wat ze zegt: ik heb nog nooit geleefd. Ik mocht niet. Overleven, dat wel, en nu ben ik het beu, zo beu als de kouwe pap van mijn moeder zaliger. 

Ik wil wel, zegt ze, maar ik geraak er alleen niet uit. Dit is de beste basis om er helemaal uit te geraken, vertrouw ik haar toe. Willen is kunnen. Het was ooit de naam van een rederijkerskamer, de vroege voorloper van de huidige pers, en het is onder meer ook een titel van succesauteur Wayne Dyer, die ermee bedoelt: waar een wil is, is een weg.  

Ik heet haar van harte welkom. Wat ik zeg om het ijs te breken, dat het echte leven pas op zeventig begint. Het is maar hoe je het bekijkt: het tweede leven begint vaak vanaf vijftig, na een burn-out, soms zestig, in het licht van het nakende pensioen, soms zeventig, wanneer de pijn niet meer te harden is, soms pas de laatste dag. Lees maar wat Bronnie Ware erover schrijft in The Top Five Regrets of the Dying (2012). Wacht niet te lang om dit te lezen (no pun intended). Op één, ik vertaal: “ik wou dat ik de moed had gehad om een leven te leiden trouw aan mezelf, niet het leven dat anderen van me verwachtten.” 

Geheel en al tussen haakjes: het leven dat anderen van je verwachten, is het leven van het ego. Om te overleven sluit het ego een monsterverbond met de ziekmakende maatschappij, en de maatschappij denkt dat de mens ziek is, wat genezing noodzakelijk maakt. Dit past in het zogenoemde biomedisch perspectief, wat een veel te eng en achterhaald denkkader is. De mens is niet ziek. Hij is de verbinding met zichzelf kwijt en het ego wordt redelijk dwangmatig aangemaand om dit zo te houden. Gelukkig is er een transitie bezig naar het veel bredere bio-psychosociaal perspectief. Werk voor de komende tien jaar. 

‘Iedereen heeft twee levens. Het tweede begint op het moment dat je beseft dat je er maar één hebt.’

Confucius (551-479 v. Chr.)

Grijze haren en dito jaren zijn een relatief gegeven, zeg ik. Ze kikkert ervan op. Ze vindt het zelfs grappig dat ik haar even door een roze bril laat kijken. La vie en rose is al te lang geleden. Haar realiteit is echter helemaal anders. 

Alles doet pijn, vertelt ze openhartig. Al zovele jaren ziet mijn lichaam ervan af. Het is geen leven. Maar ik blijf zoeken. Al tientallen jaren ga ik van de ene arts naar de andere. Medicijnmannen. Inspuitingen. Ze speelt het: waar doet het pijn, mevrouw? Hier en hier en hier. Wacht, ik zal iets voorschrijven, iets nieuws, belooft hij. Als het uitgewerkt is komt ge maar eens terug, en verzorgt u goed hé. Geld overboord, zegt ze, maar de pijnen gaan niet weg. Fysieke pijn. Mentale pijn. Werkelijk alles heb ik geprobeerd. Ik merk dat het haar iets doet om haar pijnlijk verhaal te kunnen delen. Eindelijk. De veilige connectie laat het toe. Delen is ook helen en meer dan je zou denken. Dat blijkt uit veel onderzoek op het vlak van posttraumatische stress. 

In de inleiding van haar boek ‘Je pijn te lijf‘ (met illustraties van Judith Vanistendael) schrijft Leen Vermeulen: “Al twintig jaar probeer ik als huisarts naar best vermogen patiënten van hun chronische pijn af te helpen. Dikwijls is dat een lijdensweg met veel hindernissen. Want een juiste diagnose stellen is vaak al een moeilijke opdracht.”

De mevrouw heeft zo veel kennis over het lichaam en de werking van het brein opgedaan dat ik gefascineerd zit te luisteren. Ze vertelt hoe haar lichaam onderweg van de ene doorverwijzing naar de andere werd platgebombardeerd. Medicatie als napalm. Chronische pijn moet bestreden worden, dat staat buiten kijf, maar pijn komt ook iets vertellen, al weten we niet onmiddellijk wat precies. Dat is zoekwerk maar er is doorgaans geen tijd om het uit te zoeken. Alle aandacht gaat naar de bestrijding. Op de duur verliezen mensen wel hun vertrouwen in de gezondheidszorg. Binnen het gangbare biomedisch perspectief geraak je er niet uit. Er is verbreding nodig.

In een klinisch biomedisch perspectief is er geen ruimte om na te denken over de betekenis van chronische pijn. De tijd is er rijp voor om het breder bio-psychosociaal perspectief te omarmen. Gezondheidszorg gaat om mensen, en lichaam en geest zijn daarbij onafscheidelijk. 

Om de draagwijdte van de pijn te beschrijven komt ze zelf met een sprekend beeld op de proppen. Het is net alsof ik in een harnas voortstrompel, zegt ze. Op de slechte dagen lijken er aan de binnenkant metalen pinnen de pijn nog te verergeren, voelbaar over heel mijn lichaam. De metafoor van het harnas doet me denken aan wat ik wel meer hoor: ik heb een muur rond me heen gebouwd. Dit staat voor het psychisch afweersysteem dat we als kind noodgedwongen installeren om te kunnen overleven in de gegeven omstandigheden. Het blijft actief. Hoe groter de onderdrukte pijn hoe harder het harnas gaat drukken. 

De dag nadien belt ze om te melden dat de pijnen duidelijk verminderd zijn. Het harnas is niet weg maar er lijkt meer ruimte te zijn, meer Lebensraum. De lente van haar leven is alsnog ingezet. Op dit ogenblik is de mevrouw de weg naar binnen ingeslagen. Ze voelt zich veel beter. Meer goesting in het leven. 

Zeg: ik ben er … ik luister naar je … In een (h)echte en veilige verbinding krijg je de kans om elkaars getuige te zijn. Het is een heel eenvoudige en menselijke manier om erger te voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen.

In opperste veiligheid je pijn kunnen delen met iemand die je nabij is en die zegt ‘ik ben er’, doet me denken aan wat Irvin Yalom en andere wijze warme mensen, onder wie mijn vader, mij hebben geleerd. Verbinding heeft alles te maken met onvoorwaardelijke empathie. Empathie is het levenselixir. Door empathische nabijheid te ervaren voel je wat het betekent er niet alleen voor te staan. Het is het fundament van het leven en dé manier om levensproblemen het hoofd te bieden. 

  • Het is nooit te laat om aan het leven te beginnen. Het volstaat er goesting in te hebben. 
  • Elk ingenomen perspectief vertrekt vanuit een bepaald denkkader. Elk denkkader is sowieso begrensd. Het komt erop aan out of the box te willen denken. 
  • De verlossing van chronische pijn is niet te vinden binnen het beperkte biomedische model. 
  • De mens is complex en de geestelijke gezondheidszorg is dat bijgevolg ook. Er bestaan geen simpele oplossingen voor wat complex is. 
  • In een transitie is er altijd een botsing bezig tussen behoudsgezinde en vooruitziende krachten. Laten we alvast minder energie verspillen aan het oorlogvoeren. De evolutie is toch niet tegen te houden. 
  • De terugbetalingsregeling in de geestelijke gezondheidszorg, de zogenoemde RIZIV-conventie, bewijst volgens mij dat de vernieuwing niet van de overheid en haar slippendragers zal komen. Dat kan ook niet. De overheid rijdt zich onmiddellijk vast in de zelf uitgevonden reglementitis. Kan er tegen dit virus een vaccin ontwikkeld worden? 

Om te lezen

  • Bronnie Ware (2012), The Top Five Regrets of the Dying 
  • Irvin D. Yalom (2017), Becoming Myself 
  • Luc Swinnen (2021), Activeer je nervus vagus 
  • Leen Vermeulen (2021), Je pijn te lijf (met illustraties van Judith Vanistendael)

www.sephira.be

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s