Herinneringen zijn niet altijd na te vertellen

Het menselijk lichaam is als een kledingstuk. Het zit je als gegoten. Het siert je zodra je vindt dat het je heiligdom is. Het is oké zoals het is. Anders dan de kleding die je doorgaans draagt, is het lichaam ingenieus geconcipieerd, zo ongelooflijk ingenieus zelfs dat de ratio nog niet in staat is om het genie ervan volledig te doorgronden. 

Wat er vooral nodig is in de geestelijke gezondheidszorg is een veel grotere bril om vooral veel beter door te kunnen kijken (Foto © Pixabay)

Ons lichaam heeft een eigen geheugen. Pijn uit het verre verleden, oude pijn, oud verdriet, alles zit opgeslagen in het zenuwstelsel en lokt van daaruit bepaalde reacties uit. Ook de zogenoemde niet-narratieve herinneringen – onder meer uit de eerste twee levensjaren – zijn bewaard gebleven. Alleen, ze zijn niet narratief, je kunt ze dus niet navertellen, en ze zijn niet toegankelijk voor de cognitie. Toch zitten ze in je hoogstpersoonlijke archief. Dit leidt tot een hardnekkig misverstand: als je het niet weet, hoe kan het dan waar zijn?! 

Voel het verschil wanneer je met mildheid tegen jezelf zegt: ik hou van mezelf en aanvaard mezelf zoals ik ben, ook al voel ik me zus of zo.

Alles vertrekt bij het denkkader dat je hanteert. Vanuit een dominant rationeel denkkader worden de niet-narratieve herinneringen niet erkend. Je kunt er immers niet over nadenken. A fortiori bestaan ze niet. Iets als onbestaande afdoen betekent tegelijk dat je levenslang last kunt ondervinden van de gevolgen ervan. Dat is wat ontkenning doet. Het lichaam is echter zo slim dat het de gevolgen laat zien en meestal voelen. Zo is onder meer aangetoond dat vele rugklachten te maken hebben met onderdrukte woede, die zich in de loop der jaren heeft opgehoopt. Door de woede en het verdriet dat eronder zit los te laten, gaat dikwijls ook de pijn weg. Bedenk wat er zit te gebeuren wanneer je jezelf graag begint te zien …

Niet-narratieve herinneringen gaan hoofdzakelijk terug op onze vroegste ervaringen – van de geboorte tot een jaar of drie. We hebben er geen bewustzijn over omdat er op dat ogenblik nog geen denkend brein (prefrontale cortex) is. Er is nog geen filter aanwezig waardoor alles, ook het schadelijke, diep binnenkomt. Dat de herinneringen niet na te vertellen zijn zorgt er tegelijk voor dat ze makkelijk genegeerd kunnen worden, zeker vanuit een louter rationele visie. Wat je die eerste jaren ervaart en ontvangt, of niet ontvangt als er bijvoorbeeld sprake is van emotionele verwaarlozing, is juist bepalend voor het verdere leven. 

Wie kan het zich voorstellen, leven zonder denkend brein? Het doet me denken aan mensen met dementie. Er is veel gelijkenis tussen het prille begin en het naderende einde. Daartussen is er toch vooral veel nodeloze drukte en ongemak als gevolg van die drukte.

Hersenonderzoek heeft duidelijk gemaakt dat we twee soorten geheugen hebben: impliciet en expliciet. Het expliciet geheugen is narratief en direct toegankelijk met taal. Het is feitelijk, bevat tijd en ruimte en wordt geassocieerd met de linkerhersenhelft. Dit deel lijkt het ego aan te sturen. Het impliciet geheugen is niet-narratief en dus buiten het bereik van het denken. Het omvat emoties en sensaties, heeft geen besef van tijd en ruimte, en wordt geassocieerd met de rechterhersenhelft. Het is als het ware het geheugen van ons emotionele lichaam. Dit deel lijkt het innerlijke kind aan te sturen. Hoeft het gezegd dat links en rechts best in balans zijn!

Een onwezenlijk want heftig en onverklaarbaar verlangen om gestreeld te worden, of net niet, wijst er wellicht op dat je als kind te weinig emotioneel werd geprikkeld en (aan)geraakt. Het emotioneel geheugen gebruikt een symptoom zoals huidhonger als een metafoor voor iets anders 

Bij vroegkinderlijk trauma wordt de traumatische herinnering bevroren. Ze komt vast te zitten in het verleden, geïsoleerd en afgesplitst van het bewustzijn. Dit kind-deel, dat letterlijk uit het bewustzijn is geknipt, inclusief de informatie die erin zit, dient eerst terug in het systeem gebracht te worden. Zo werkt impliciet geheugen, onbereikbaar voor de denker in ons.  

Enkele indicatieve symptomen van vroegkinderlijk trauma: voortdurend leeg gevoel in het hoofd, hartkloppingen, ademhalingsproblemen, te veel eten en boulimie, zwaar gevoel in de maag, krop in de keel, slikproblemen (dysfagie) – alleen al dat laatste: ‘ik slik het niet meer …’ (komt vaak voor bij mensen met dementie)

Is dementie ook een gevolg van (vroeg)kinderlijk trauma? Just thinking. De wetenschap tast hier voorlopig nog in het duister. Het kan alvast geen kwaad om eens een holistische bio-psychosociale bril op te zetten. De oude biomedische glazen zijn immers verschrikkelijk bijziend geworden. Misschien een idee om zo’n brilletje aan 11 euro aan te bieden …

www.sephira.beluc@sephira.be

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s